Deel één van een drieluik.
Deze geweven poort maakt deel uit van een drieluik dat de visuele codes en tastbare aanwezigheid van smeedijzeren poorten en hekken herinterpreteert. Harde metalen patronen worden vertaald naar zachte maar imposante wollen textielen, waardoor sierlijke barrières veranderen in drempels van stof. Door deze verschuiving wordt het afschrikkende gewicht van ijzer verzacht en krijgen de poorten een mysterieuze, uitnodigende uitstraling die de toeschouwer aanzet om dichterbij te komen en zich voor te stellen wat erachter ligt.
Geïnspireerd door een mix van Renaissance, en Louis XV-hekken echoot het geweven krulmotief eeuwenoude plant, en wijnrankenpatronen die in vele culturen terugkeren. De openingen en doorkijkjes in het textiel bieden een subtiele blik op wat zich daarachter bevindt - een verborgen tuin - terwijl het spel tussen de texturen van binnen, en buitenkant de drukte van buiten contrasteert met de zachte, stille wereld die net uit het zicht blijft.
In samenwerking met het TextielLab, het professionele atelier van het TextielMuseum.