Industriële oorsprong
Second Matter bestaat uit twee aluminium installaties die zich parallel aan elkaar door de ruimte uitstrekken. Hoewel hun functie zich niet onmiddellijk laat aflezen, suggereren hun vormen en technische karakter een industriële oorsprong. Die oorsprong ligt diep binnen de recyclagecentra van Quick-Step, waar oude vloeren worden ontmanteld, gescheiden in verschillende materiaalstromen en vervolgens verwerkt tot grondstoffen voor nieuwe vloeren binnen een circulair productieproces. Elke installatie volgt een van deze materiaalstromen, met aan de ene zijde het recyclageproces van HDF en aan de andere dat van PVC.
Van proces naar structuur
Vanuit de ambitie van Quick-Step om hun recyclageprocessen open te trekken, vertaalde Maximiliaan de onderliggende logica ervan naar een ruimtelijke structuur. Gevormd uit een netwerk van precisieonderdelen, aluminium structuren, gebogen elementen en gegoten volumes, verdicht het werk zich geleidelijk op verschillende plaatsen. Lijnen komen samen, ondersteuningen worden talrijker en de constructie wordt zichtbaar complexer. Vervolgens lossen deze concentraties opnieuw op en wordt de structuur visueel lichter. Deze afwisseling van verdichting en ontbinding weerspiegelt een van de fundamentele eigenschappen van de recyclageprocessen waaruit het werk is ontstaan.
Deze onderliggende logica blijft duidelijk aanwezig, terwijl de oorspronkelijke functionaliteit ontbreekt. Er wordt niets geproduceerd, niets getransporteerd en niets verwerkt. Door deze functie weg te nemen, verschuift de aandacht naar de structuur zelf. Verbindingen, overgangen, spanningen en ritmes die binnen een operationeel proces vaak onopgemerkt blijven, treden naar de voorgrond. De installaties vormen zo een landschap dat uitnodigt tot een andere manier van kijken en observeren.
Een autonome vormentaal
De vormgeving van de installaties groeide uit observaties op de productievloer, gesprekken met ingenieurs en Research & Design-teams, en onderzoek naar de technieken en logica achter de recyclageprocessen van Quick-Step. Ook technieken uit de machinebouw, zoals draaien en frezen, werden overgenomen en ingezet bij het vormgeven van de installaties. Door deze werkwijzen te vertalen naar een ruimtelijke taal ontstonden installaties die hun precisie, ritmiek en materiële kracht in zich dragen.
Tegelijkertijd ontwikkelen de installaties een eigen interne logica. Verbindingen worden verdergezet, structuren vertakken zich en vormen ontstaan die geen rechtstreeks equivalent meer hebben binnen de industriële werkelijkheid waaruit ze voortkomen. Zo krijgen de installaties een autonoom bestaan, los van de processen en machines waaruit ze zijn ontstaan.